Oude Sterrewacht - Geschiedenis - Beroemde personen

Beroemde Nederlandse astronomen, die verbonden zijn geweest aan de Leidse Sterrewacht

Het volgende illustreert de naam die Nederlandse sterrenkundigen sinds het begin van de negentiende eeuw internationaal hebben gemaakt.
Toen de Amerikaanse astronoom Harlow Shapley (bekend van Het Grote Debat met Curtis in 1920 ), op een congres hoorde dat zijn buurman uit Nederland kwam, was zijn reactie: “Ah, uit Holland,  daar waar ze tulpen en astronomen kweken voor export”.

kaiser
 
Frederik Kaiser [1808-1872] Kaiser, deels opgevoed door zijn oom, een wiskundige en vermaard amateursterrenkundige, bleek zeer talentvol. Door toedoen van iemand uit het uitgebreide netwerk van deze oom werd hij in 1826 als waarnemer aangesteld in Leiden. Als autodidact kwam hij daarmee in een 11-jarige periode van onmin met de toenmalige directeur van de sterrenwacht. Niettemin wist Kaiser in die tijd zijn kandidaats wis- en natuurkunde te halen en door te breken met een mondiaal gerespecteerde baanberekening van de komeet Halley in 1835. Sindsdien maakte hij een snelle carrière, van lector, hoogleraarschap en directeur sterrenwacht, tot rector magnificus. In die hoedanigheid kon hij met niet aflatende ijver en veel popularisatie een nieuwe Leidse Sterrewacht realiseren en een deskundig onderzoeksprogramma uitzetten, kortom de grondvesten initiëren waarop de faam van de Leidse sterrenkunde verder tot bloei is gekomen.
SITTER Willem de Sitter [1872-1934] Studeerde in Groningen af, als leerling van Kapteyn, en werkte enkele jaren aan de Kaap-Sterrewacht . In 1908 aangesteld als hoogleraar sterrenkunde in Leiden en vanaf 1919 directeur Leidse Sterrewacht. Het belang van De Sitter betreft de Hemelmechanica, bepaling van de meest waarschijnlijke waarden van fundamentele astronomische constanten en kosmologie. In dit laatste hoort De Sitter, samen met Einstein, Friedman em Lemaitre tot de pioniers van de moderne kosmologie. De Sitter heeft rond 1920 de Leidse sterrenkunde grondig gemoderniseerd, met name in de richting van astrofysica. Zijn internationale bekendheid werd bevestigd door zijn presidentschap van de Internationale Astronomische Unie [1925-1928], waarvan het congres van 1928 in Leiden plaatsvond.
 
hertzsprung2 Ejnar Hertzsprung [1873-1967] Geboren en overleden in Denemarken. Afgestudeerd als chemicus, toegespitst op foto-chemie in Leipzig, kwam hij, na 10 jaar werkzaam te zijn op het Astrofysisch Observatorium te Potsdam, in 1919 naar Leiden. In 1935 volgde hij De Sitter op als directeur van de Leidse Sterrewacht. Hertzsprung heeft zich intensief bezig gehouden met het bestuderen van de hemelfotografie, waarbij hij het gebruik van tralies introduceerde. Zijn belangrijkste bijdrage aan de astronomie is het kleur-magnitude diagram, waarin sterren werden geclassificeerd naar hun spectraalklasse en hun absolute helderheid. Beter bekend als het Hertzsprung-Russeldiagram.
 
 
 
oort4
 
 
 
 
 
 
 
Jan Hendrik Oort [1900-1992] Studeerde in Groningen onder Kapteyn. Na ervaring als assistent aldaar en twee jaren aan de Yale Observatory (Connecticut), werd hij in 1924 door De Sitter naar Leiden gehaald. Zijn promotie in Groningen (1926) was gebaseerd op onderzoek naar snelle sterren. In 1927 vond hij het bewijs voor de theorie dat de Melkweg roteert, door analyse van de beweging van sterren. In 1930 werd hij lector en in 1934 hoogleraar. In die jaren werd zijn belangstelling gewekt voor radiostraling in het heelal. Zijn promovendus Hendrik van de Hulst kwam in 1944 tot de stelling dat in de straling uit het heelal de 21-cm waterstoflijn aanwezig moest zijn, hetgeen in 1951 werd bevestigd. Toen Oort na de oorlog hoogleraar/directeur werd richtte hij de stichting Radiostraling van Zon en Melkweg op. Onder zijn leiding kwamen achtereenvolgens de radiotelescoop in Dwingelo (1956) en de grote samengestelde in Westerbork (1970) tot stand. Oort en Van de Hulst vonden samen op basis van de 21-cm lijn de contouren van de Melkweg met spiraal armen. Beroemd is ook zijn hypothetische Oortwolk, gepositioneerd in het buitengebied van ons zonnestelsel, als oorsprongsgebied van lang-periodieke kometen.Oort was algemeen secretaris van de IAU, lid van de KNAW. Hij werd onderscheiden met de Gouden Medaille van de RAS (1946), de Balzan Prijs (1984) en de Kyoto-prijs voor astronomie.
kuiper Gerrit Pieter Kuiper [1905-1973] Studeerde in Leiden. In 1933 emigreerde hij naar Amerika. Van 1947-1949 was hij hoofd van de Yerkes Sterrenwacht en van 1957 tot 1960 hoofd van het McDonald Observatory, waarna hij in 1960 voor de universiteit van Arizona het Lunar and Planetary Laboratory oprichtte. Tot zijn dood was hij directeur van dit instituut. Tijdens zijn onderzoek naar planeten, kometen, planetoïden en maankraters stelde hij een theorie op over het ontstaan van planeten. In 1951 poneerde hij zijn theorie over het bestaan van een brede gordel van rots- en ijsachtige objecten buiten de baan van Neptunus. Deze zogenaamde Kuipergordel werd veertig jaar later bevestigd.
 
 
 
 
Hendrik_C._van_de_Hulst_1977
 
 
Hendrik C. van de Hulst [1918-2000] Studeerde in Utrecht. Werkte na zijn promotie (1946) als postdoc aan de Yerkes-sterrenwacht in Chicago. Van 1948 tot 1984 was hij verbonden aan de Universiteit Leiden. Geïnspireerd door Oort berekende hij dat wolken van neutraal waterstof in ons Melkwegstelsel elektromagnetisch straling met een golflengte van 21 cm moesten uitzenden. Na bevestiging van die straling in 1951, begon hij samen met Oort en Muller (ontwerper van de radio telescoop Dwingelo), het project om de structuur van het Melkwegstelsel in kaart te brengen.Van de Hulst ontving een aantal internationale onderscheidingen, daarnaast is planetoïde 2413 van de Hulst naar hem genoemd en planetoïde 2412 Wil naar zijn vrouw.In 1958 werd hij de eerstepresident van COSPAR en was ook zeer nauw betrokken bij de oprichting van ESA en het tot stand komen van ESTEC in Noordwijk.
Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial